Massief houten gevelbekleding aanbrengen en detailleren 

Het op de juiste wijze aanbrengen en detailleren van massief houten gevelbekledingen.

Vier voornaamste aspecten

Bij het aanbrengen van de houten gevelbekleding spelen de volgende aspecten een rol:
1. Keuze van de bevestigingsmiddelen.
2. Lengte en plaats van de bevestigingsmiddelen.
3. Uitvoering.
4. Detaillering.

1. Keuze van de bevestigingsmiddelen
Geprofileerde, massieve houten delen van de gevelbekleding worden op de bevestigingslatten gespijkerd met ringnagels of geschroefd met schroeven (lenskop of bolkop) van roestvast staal (zie foto’s 1a en 1b). Nagels en schroeven van verzinkt staal kunnen zwarte strepen geven en mogen daarom niet worden gebruikt. Let erop dat de koppen van de nagels of schroeven op het oppervlak van het hout blijven liggen. Wanneer de koppen in het oppervlak worden gedreven raakt het hout beschadigt. Bevestiging door nieten of T-nagels is daarom niet toegestaan. Nieten en T-nagels hebben bovendien een geringere uittrekweerstand, waardoor delen mogelijk los kunnen komen.
Er bestaan tegenwoordig ook enkele gevelbekledingssystemen met clips met een onzichtbare bevestiging, waardoor het houtoppervlak intact blijft.



Figuur 1a en 1b. Bevestig de delen met ringnagels of schroeven. Nieten of T-nagels zijn niet toegestaan (boven = fout; onder = goed) (bron: Centrum Hout).

2. Lengte en plaats van de bevestigingsmiddelen
De lengte van de nagels of schroeven hangt af van de dikte van het te bevestiging hout. De positie hangt af van de gevelprofilering. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijkheden.

soort gevelbekleding minimale lengte
(x dikte van het te bevestigen deel)
plaats van de nagel of schroef bij één bevestigingsmiddel per deel
nagel schroef
rabatdelen en bevel siding 2,5 2 25 mm uit de onderzijde
potdekselwerk 3,5 3 30 mm uit de onderzijde
Zweeds rabat 2,5 2 45 mm uit de onderzijde
schroten en channel siding 2,5 2 25 mm uit de kant
opdekwerk smalle opdekstroken 3,5 3 in het midden
opdekwerk gelijke delen 3,5 3 25 mm uit de kant
open gevelbekleding 2,5 2 in het midden

3. Uitvoering
De details zijn van doorslaggevend belang voor een duurzaam en fraai resultaat. Voor de uitvoering worden de volgende aanbevelingen gegeven voor wat betreft:

  • bevestigingspunten;
  • rekening houden met zwellen;
  • voldoende vrijhouden van de delen;
  • beëindiging aan de onderzijde;
  • afschuinen van de onderzijde.

Bevestigingspunten

  • Om kopscheuren te voorkomen moeten de delen aan de uiteinden van de profielen met één nagel of schroef per steunpunt zijn bevestigd op minimaal 50 mm uit het einde. Bij kleinere eindafstanden, bij gemodificeerd hout en bij hardere houtsoorten de gaten voorboren.
  • Bij tussensteunpunten bij voorkeur één, of bij profielbreedten van minimaal 120 mm twee, bevestigingsmiddelen per bevestigingslat toepassen. Bij loofhoutsoorten wordt dit laatste ook wel gedaan bij smallere profielbreedten.
  • De afstand tot de randen bedraagt minimaal 15 mm (zie figuur 1).


Figuur 2. Maatvoering van de bevestigingspunten (bron: Centrum Hout).
Houd rekening met zwellen
Vanwege de kans op zwellen moeten de delen met enige speling (3-4 mm) in de breedte worden aangebracht. Dit uitgaande van een houtvochtgehalte behorende bij een relatieve vochtigheid van 80% op het moment van montage.

Delen voldoende vrij houden
De delen 7-10 mm vrijhouden van aansluitende constructieonderdelen. Ook bij onderlinge ontmoetingen in de lengterichting ongeveer 7-10 mm ruimte vrij houden tussen de delen (zie foto’s 3a en 3b). Bij geprefabriceerd geveltimmerwerk kunnen andere toleranties of details noodzakelijk zijn.



Figuur 3a en 3b. Bij ontmoetingen 7-10 mm ruimte vrij houden tussen de delen (boven = fout; onder = goed) (bron: Centrum Hout)

Let op de beëindiging aan de onderzijde
Laat tussen het hout en het maaiveld een afstand vrij van minimaal 200 mm, maar liever nog 300 mm. Hierdoor blijft het hout vrij van opspattend vocht en vuil (zie foto’s 3a en 3b en figuur 2). Bij harde, vlakke afwerkingen kan vocht en vuil zelfs hoger opspatten. Een grindkoffer wordt daarom aanbevolen. Eventueel kunnen voor de onderste 300-500 mm extra duurzame delen worden toegepast, die bovendien gemakkelijk zijn te vervangen.



Figuur 4a en 4b. Laat tussen hout en maaiveld bij voorkeur een afstand vrij van meer dan 300 mm (boven = fout; onder = goed) (bron: Centrum Hout)


Figuur 5. Bij voldoende afstand tussen hout en maaiveld blijft het hout vrij van opspattend vocht en vuil (bron: Centrum Hout)

Schuin de onderzijde af
Schuin bij voorkeur de kopse kanten van de onderste delen naar binnen toe af, zodat een afdruiprand ontstaat. Schuin bij ontmoetingen van een verticaal aangebrachte gevelbekleding de delen ook af, óf dicht de kopse kanten goed af tegen het indringen van water.

4. Detaillering
In onderstaande tekeningen zijn de volgende voorbeelden van aansluitdetails gegeven:
– buitenhoeken;
– binnenhoeken;
– ontmoeting tussen horizontale delen;
– ontmoetingen tussen verticale delen.


Figuur 6. Voorbeelddetails van buitenhoeken (bron: Centrum Hout)


Figuur 7. Voorbeelddetails van binnenhoeken (bron: Centrum Hout)


Figuur 8. Voorbeelddetails van ontmoetingen van horizontaal aangebrachte delen (bron: Centrum Hout) 


Figuur 9. Voorbeelddetails van ontmoetingen van verticaal aangebrachte delen (bron: Centrum Hout)